Alle koolhydraten uit de voeding worden eerst verteerd tot glucose. Vervolgens wordt deze glucose, oftewel suiker, in de lever en spieren opgeslagen in de vorm van glycogeen. Als er direct energie nodig is, wordt dit glycogeen weer omgezet in suiker, dat dan wordt verbrand om energie te leveren. Zo hebben we dus een energiereserve, waarop naar behoefte een beroep kan worden gedaan.
Glucose uit de glycogeenvoorraad in de lever houdt in het menselijk lichaam de bloedsuikerspiegel op peil tussen de maaltijden, waardoor een continue levering van energie aan hersenen en zenuwen wordt gewaarborgd. In de spieren daarentegen vormt glycogeen een noodvoorraad energie, volledig onafhankelijk van de levering van voedingsstoffen in het bloed. Voor plotselinge grote inspanningen, zoals sporten, wordt dat glycogeen afgebroken en krijgt men kleine hoeveelheden energie door de omzetting van glycogeen in suiker.
Een belangrijk bijproduct daarvan is melkzuur. Heel algemeen gesproken is moeheid gebrek aan energie. Moeheid bij de mens kan een gebrek aan glycogeen betekenen of een ophoping van het afbraakproduct van glycogeen, te weten melkzuur. Wie kent niet dat brandende gevoel in zijn of haar spieren na een zware belasting ervan. Melkzuur veroorzaakt dus die onaangename pijnlijke gewaarwording. En hier komt dus het aminozuur Taurine om de hoek kijken zoals bovenaan deze pagina beschreven
Pagina 1 | 2 | 3